Historische Kring Loenen

 
 

Terugblik 

Open Monumenten Dag  12 en 13 september 2020

Dit jaar werd de Open Monumenten Dag i.v.m. de Covid-19 epidemie in een zgn. “light-versie” vormgegeven. Voor de Stichtse Vecht hield dit in dat er wel monumenten te bezichtigen waren maar dat er van grote activiteiten en stands geen sprake kon zijn.

Voor Nieuwersluis was Fort Nieuwersluis op zondag 13 september open met een officiële openstelling van de voormalige BB-bunker waarin een interactieve expositie was over de BB in vervlogen jaren. In Loenersloot was de kasteeltuin van Kasteel Loenersloot opengesteld voor publiek. Loenen aan de Vecht had de NH-Kerk opengesteld en in de middag was daar een concert van het kwintet van het Rietveld Ensemble waar zo’n 80 mensen bij aanwezig waren. Ook de Loenderveense Poldermolen was open voor publiek en daar hebben 112 passanten de molen bezocht. In Vreeland was de St. Nicolaaskerk open en daar zijn zo’n 36 bezoekers geweest. De Korenmolen De Ruiter heeft ook niet zonder aandacht gezeten van menig passant.

Ondanks alle beperkende maatregelen van afstand houden, handen wassen, thuis blijven bij klachten en reserveren voor een aantal evenementen, kan het Open Monumenten Dag -team terug kijken op een geslaagd weekend.


Pop-up Expositie over de 75 jaar bevrijding 
Afgelopen 5 mei was het 75 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd van de Duitse overheersing. De 
Historische Kring Loenen zou hieraan een bijdrage leveren in de vorm van de lezing van Maarten Bootsma. Als gevolg van de uitbraak van Covid-19 werd deze lezing uitgesteld. Echter, in de eerste week van mei werd er door Maarten Bootsma en Wouter Pijzel in het voormalige sigarenmagazijn “De Beurs” een kleine foto-expositie met foto’s van de bevrijding van Loenen en omstreken ingericht. Deze kleine expositie werd door menig inwoner van Loenen zeer gewaardeerd.

Als u nog foto's heeft over de Tweede Wereldoorlog in Loenen of andere beelden van onze voormalige gemeente dan zijn die altijd welkom bij onze Historische Kring.  
Wij scannen ze in en u krijgt ze in ongeschonden staat weer terug.  m-c-bootsma@hetnet.nl 


12 maart 2020 - de geschiedenis van Golf in Loenen aan de Vecht - Ben van Doesburgh
Na de ALV gaf Ben van Doesburgh, voorzitter van Old Course Loenen, een presentatie over de geschiedenis van golf, kolf en colf. De oudste variant, colf, werd reeds in de dertiende eeuw gespeeld. Volgens de overlevering vond de eerste partij plaats op tweede kerstdag 1297 in Loenen. Een jaar daarvoor was een van de moordenaars van Floris V, graaf van Holland, in een met spijkers doorboorde ton door het dorp gerold, als straf voor de moord op de onder de lokale bevolking populaire edelman. De weg die de man in de ton had afgelegd, werd jaarlijks herdacht in het colven. 

De route voerde vanaf het toenmalige Raadhuis (tegenwoordig de Gekroonde Laarsjes), via Gruttersteeg en Dorpsstraat naar de keukendeur van slot Kronenburg, dan terug via de dorpsstraat naar de Korenmolen en bij mooi weer zelfs tot in Vreeland. Een houten bal werd met een stok door de nog ongeplaveide straten geslagen. 

Inwoners van vele dorpen en steden in de Lage Landen omarmden het colven en er sneuvelde nog wel eens een ruit. Stadsbesturen zagen zich daarom genoodzaakt het volksvermaak aan banden te leggen. Vanaf de achttiende eeuw evolueerde colf in kolf en voortaan werd het op een soort kegelbaan binnen gespeeld. Het publiek bij de lezing wist te melden dat zowel in Vreeland als in Loenen toentertijd kolfbanen bestonden. 

Golf zoals dat tegenwoordig gespeeld wordt, vindt zijn oorsprong in St. Andrews in Schotland, rond 1700. Ben van Doesburgh hield evenwel een overtuigend pleidooi voor de invloed van Colf op deze latere variant, en voor de lokale ontstaansgeschiedenis van dit spel.


Donderdag 28 november 2019 Dorpshuis in Vreeland
Lezing over “De archeologische schatkamer Leidsche Rijn”.


De bevlogen archeoloog Erik Graafstal, nam ons voor de pauze mee op zijn ontdekkingstocht naar de verborgen schatten in de Rijnoever. We zagen mooie foto’s van de vondsten: helmen, maskers, paardenbitten en kledingspelden uit de Romeinse tijd.  Wat het voor hem en ons spannend maakte was de terugkerende vraag: “Waar kijken we naar?” Geen afgedankte weggegooide gebruiksvoorwerpen, te kostbaar, te gaaf, geen andere “troep” er omheen. Het moeten wel offers aan de goden geweest zijn.

Met aanstekelijk enthousiasme vertelde hij na de pauze over de bouw van het Castellum. Waar heeft het Romeinse fort precies gestaan? De huizen en de grond die gekocht moest worden. Het ontwerp van de constructie, die de bodem niet te veel mocht indrukken etc. Uiteindelijk staat op de juiste plek een bijzonder gebouw waarin gehuisvest is o.a. een museum, een theater, een restaurant. 
Als pronkstuk is daar te bezichtigen het Romeinse schip uit 119 na Christus. Uit de indeling, de inventaris en persoonlijke bezittingen, kan men goed reconstrueren hoe er gevaren en geleefd werd op dit schip.

------------------------------------------------------------------